Waarom we doen wat we doen (en niet wat we willen)

Vanaf onze geboorte ontwikkelen we onze eigen “ik”, dat denken we tenminste. We worden namelijk gevormd door onze ouders en andere belangrijke figuren in ons leven (broers, zussen, opa’s, oma’s, onderwijzers, vrienden etc). Tijdens deze ontwikkeling zijn we vooral bezig om in de groep te passen. Een van de belangrijkste overlevingsstrategieën is namelijk zorgen dat je erbij hoort en niet teveel afwijkt van de groep anders zou je verstoten kunnen worden en sta je er alleen voor. Dit willen we liever niet en daarom passen we ons aan onze omgeving aan. Dit is een zeer effectieve strategie en heeft zeer veel voordelen. Zo wordt er voor ons gezorgd op het moment dat we dit niet zelf kunnen (zowel in onze beginjaren als in onze laatste jaren), we vinden steun en door de hechte relaties voelen we ons verbonden en samen staan we sterker dan alleen. We zijn genetisch geprogrammeerd om onderdeel van een groep te zijn en daar voelen we ons ook het prettigst.

Het nadeel van deze strategie is dat we onze echte eigen “ik” niet volledige kunnen laten zien of ontwikkelen. We leren namelijk sociaal wenselijk gedrag te vertonen om ons eigen voortbestaan te verzekeren. Als we als baby lachen dan krijgen we een glimlach van onze moeder en we worden geknuffeld en dat allemaal in een positieve energie. Op het moment dat we huilen worden we in het ergste geval genegeerd, maar ook wanneer we wel opgepakt en getroost worden dan kan het toch zo zijn dat hier een negatieve energie aan vast zit. De moeder is misschien wel gefrustreerd omdat de baby al langer of vaker huilt, of ze is moe van het ‘s nachts wakker zijn etc.

We leren al heel vroeg dat lachen ons meer brengt dan huilen. Ook later in de klas worden we beloond als we naar de juf of meester luisteren en doen wat zij zeggen en gestraft op het moment dat we dit niet doen. Nog weer alter leren we dit op het werk en binnen andere relaties ook en het komt dan ook vaak voor dat we hierdoor niet ons eigen zelf laten zien, maar een sociaal wenselijke zelf. Nou hoeft dit geen probleem te zijn. Als er ruimte was om ook jouw gevoelens, behoefte en wensen te laten zien tijdens het opgroeien dan is de kans groot dat je hebt geleerd om balans te vinden tussen het sociaal wenselijke gedrag en het laten zien van jouw eigen “ik”.

Toch zien we in onze westerse maatschappij dat er vaak geen sprake is van balans op dit gebied en op latere leeftijd kan dit een onbevredigd gevoel geven. We stellen onszelf dan vragen als “Wie ben ik nou werkelijk?” en “Wat is het dat ik wil?” of wanneer je misschien nog niet zo in contact staat met je zelf krijg je een onbestemd gevoel, iets klopt niet helemaal of past niet meer helemaal, maar je kunt je vinger er niet echt op leggen. Sommigen omschrijven het als “niet zelf het roer in handen hebben”, “ten dienste staan van…” of “geleefd worden in plaats zelf te leven”

Het bijzondere is dat dit zich vaak afspeelt rond ons 35e levensjaar, ook wel de midlife crisis genoemd. Nou is het vaak niet echt een crisis, maar deze periode kan wel voor onrust zorgen. Ook zie je vaak dat mensen rond deze periode in een burn-out terecht komen omdat ze te lange tijd niet naar hun eigen “ik” hebben geluisterd. Als we kijken naar ons vermogen om te veranderen dan gebeurt er rond dit tijdstip nog iets bijzonders. Zo zou ons gedrag op ons 35e voor 95% verankerd en vast liggen in ons lichaam. Dit betekend niet dat veranderen niet meer mogelijk is, maar het kost wel meer tijd en wilskracht dan in de periode ervoor.

Tel daar bij op dat ons brein is gebouwd om verandering te weerstaan en dan lijkt het helemaal een onmogelijke klus. Evolutionair gezien zorgt het automatiseren van gedrag namelijk voor een hogere overlevingskans. Door consistent hetzelfde gedrag te vertonen zorg je er namelijk voor dat je sneller kunt reageren dan wanneer je iedere keer moet nadenken of uitvogelen hoe je iets het beste kunt doen. Op het moment dat je dus iets probeert anders te doen dan wat je normaliter doet gaat je brein in een soort alarmstand en zal er alles aan doen om weer terug te gaan naar het oude vertrouwde.

Nou zijn wij mensen weldenkende wezens en we zijn vaak in de veronderstelling dat we zelf ons eigen gedrag bepalen, maar dat is helaas niet zo. Veel van ons (routinematige) gedrag ligt vast in een deel van ons brein dat instinctief reageert. Al beredeneren we nog zo veel hoe we het zouden willen doen, op het moment dat we in een bedreigende of stressvolle situatie komen neemt dit deel van ons brein het over en zal het het oude vertrouwde gedrag vertonen en niet datgene dat jij bedacht had dat je graag zou willen laten zien. We hebben dus veel minder de controle over ons gedrag dan we denken.

Om toch blijvend nieuw gedrag aan te leren zul je nieuwe neurale verbindingen in je brein aan moeten leggen. Zie het als een grasveldje waar zo’n short-cut weggetje is ingesleten, zo’n bruin, zanderig weggetje waarmee je een klein stukje afsnijdt en dat door het vele gebruik helemaal is ingesleten waardoor er geen gras meer groeit. Dit tussendoor weggetje staat voor bestaand gedrag, zo vaak herhaald dat het is ingesleten en je hier eigenlijk niet over nadenkt. Om nu nieuw gedrag ook automatisch te kunnen vertonen moet je net zo’n paadje gaan insluiten op een mooi vers stukje gras. Dit kost tijd en doe je door zelfkennis te hebben over jouw huidige (ongewenste) gedrag en het nieuwe (gewenste) gedrag, wilskracht en doorzettingsvermogen. Herhalen, herhalen, herhalen totdat het net zo’n gewoonte wordt als het oude gedrag.

Hiervoor zal je dus iets dat je altijd doet moeten veranderen in iets nieuws. Door klein te beginnen en dit langzaam op te bouwen zorg je ervoor dat je brein niet in de alarmmodus gaat en dus niet alles op alles zal zetten om je weer terug te laten vallen in je oude vertrouwde gedrag. Ook is het nemen van kleine stapjes makkelijker in te bouwen in je bestaande routines en daardoor ook makkelijk vol te houden. We willen al snel te veel in te korte tijd en dat zorgt vaak voor teleurstelling op teleurstelling waardoor we toch blijven waar we al waren, meestal zelfs minder gelukkig dan ervoor.

Wil je dus echt gaan doen wat je graag wilt dan zul je voor jezelf eerst helder moeten hebben wat je dan graag anders wilt, welk gedrag je nu vertoont en welk gedrag je graag zou willen vertonen en dan kleine stapjes zetten om dit nieuwe gedrag in te slijten.

About the author: admin

Leave a Reply

Your email address will not be published.